Volgens Rob Verheijen moet je als veehouder niet zonder meer akkoord gaan met de legesaanslag die de gemeente oplegt bij het
aanvragen van een omgevingsvergunning voor bouwen. De aanslag kan op verschillende manieren aanvechtbaar zijn, wat leidt
tot een kostenreductie en in het uiterste geval zelfs vernietiging van de bouwleges.

Wie gaat bouwen krijgt te maken met legeskosten. Leges zijn de kosten die de gemeente in rekening mag brengen voor verwerking/toetsing van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen. Deze kosten zijn procentueel vaak niet hoog – variërend van 2 procent tot 4 procent van de bouwsom van de stal of woning – maar absoluut kan het bedrag behoorlijk fors worden. Bij de bouw van stal van 1 miljoen, betaal je toch 20.000 tot 40.000 euro. Dat bedrag mag je echter niet zomaar voor lief nemen, stelt Rob Verheijen, senior juridisch adviseur en relatiemanager bij MinderLeges.nl. Volgens hem zijn 20 tot 30 van de legesaanslagen niet in orde.

– 20 tot 30 procent: dat is een fors percentage.
“Dat klopt, maar toch zien wij regelmatig een grond is om een bezwaar in te dienen tegen de legesaanslag die de gemeente uitvaardigt aan een aanvrager. Het is best een ingewikkelde materie en de gemeente past haar legesverordening nauwelijks aan, terwijl dat wel noodzakelijk is. Omdat er vaak geen haan naar kraait, is er ook geen aanleiding om de legesverordening volledig te herzien. Maar ook vormfouten kunnen basis zijn om bezwaar aan te tekenen tegen de aanslag.”

– Er zijn dus meerdere gronden om bezwaar aan te tekenen tegen een legesaanslag?
“Inderdaad. In theorie zijn er drie verschillende routes waarlangs je als indiener een bezwaar kunt aantekenen.”

– Leg uit!
“De eerste route is een bezwaar tegen vormfouten of de juridische basis. Een aanslag moet aan bepaalde kenmerken voldoen om rechtsgeldig te zijn. Het moet voor de ontvanger duidelijk zijn waar de aanslag betrekking op heeft en aan wie deze gericht is. Dit noemen we het kenbaarheidsvereiste. Zo dienen er naam, adres en woonplaatsgegevens van de legesplichtige genoteerd te staan op de aanslag, evenals het belastingjaar waar de aanslag op gebaseerd is. Ook mag de heffingsgrondslag niet ontbreken. De heffingsgrondslag is het door de gemeente berekende bedrag voor de bouw van het object waarop de leges vastgesteld worden. De indiener van de omgevingsvergunning dient zelf op de aanvraag omgevingsvergunning een geraamd bedrag in te vullen, maar de gemeente mag deze alsnog toetsen aan haar eigen normen. Het bedrag dat de gemeente berekend heeft, wordt de heffi ngsgrondslag
genoemd. Zo zijn er nog verschillende andere eisen waaraan een aanslag moet voldoen. Ontbreekt één van deze eisen, dan kun je als indiener al bezwaar indienen.”

– Is de hoogte van de heffingsgrondslag ook betwistbaar?
“Absoluut. Dat is de tweede mogelijkheid tot bezwaar. Als er verschil zit tussen de geraamde bouwsom die de indiener berekend heeft en de bouwsom die de gemeente hanteert als heffingsgrondslag, dan kun je als indiener vragen om inzicht te krijgen in de totstandkoming van de heffingsgrondslag. Veel gemeenten hanteren verschillende staffels, waarbij elke staffel een ander tarief in de legesverordening vertegenwoordigt. Het verschil tussen de beide bouwsommen kan ertoe leiden dat de gemeente de aanvraag onder een andere staffel verordent dan de bouwsom rechtvaardigt. Als indiener kun je van je gemeente eisen dat zij inzichtelijk maakt waarom ze de aanvraag in een andere staffel plaatst. Mogelijk is dat verzoek al voldoende om in een andere, goedkopere staffel geplaatst te worden.”

– En de derde route?
“De derde mogelijkheid is de meest ingewikkelde omdat deze betrekking heeft op de begrote legeskosten en legesbaten van de gemeente, maar kan uiteindelijk wel leiden tot een vernietiging van de legesaanslag.”

– Hoe bedoelt u?

“Elke gemeente mag haar eigen legesverordening schrijven. Deze legesverordening moet wel aan een paar wettelijke voorwaarden voldoen en één ervan is dat de geraamde opbrengsten van de leges de geraamde kosten niet mogen overschrijden. Dit wordt wel het maximaal toegestane kostenverhaal genoemd. Dit ter voorkoming dat gemeenten haar legesverordening als sluitpost gebruiken op haar begroting.”

– Kunt u dat iets meer specificeren?
“Bij het verwerken van de aanvraag omgevingsvergunning heeft de gemeente kosten. Dat zijn de manuren in vergunningverlening, toezicht houden op de bouwplaats en overheadkosten. Leges zijn eigenlijk niet meer dan een vergoeding voor de kosten die horen bij een individuele aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen. Deze wordt vervolgens beoordeeld en getoetst aan wettelijke bepalingen met als resultaat de verleende omgevingsvergunning. Op haar eigen begroting maakt de gemeente een bedrag vrij voor deze kosten en dit bedrag moet in balans zijn met de geraamde jaarinkomsten aan leges. De dekkingsgraad mag dus maximaal 100 procent zijn, maar in de praktijk komen we gevallen tegen van 105-115 procent. Dat betekent dat een gemeente 5 procent tot 15 procent meer inkomsten raamt dan er kosten tegenover staan. Dat mag een gemeente niet en dat is grond voor een bezwaar.”

“Op haar eigen begroting maakt de gemeente een bedrag vrij voor deze kosten en dit bedrag moet in balans zijn met de geraamde jaarinkomsten aan leges. De dekkingsgraad mag dus maximaal 100 procent zijn, maar in de praktijk komen we gevallen tegen van 105‐115 procent. Dat betekent dat een gemeente 5 procent tot 15 procent meer inkomsten raamt dan ze zouden mogen. En dat is grond voor een bezwaar.”

– Dus als de legeskosten en legesbaten over een heel jaar niet in balans zijn, kun je als individueel belanghebbende een bezwaar indienen?
“Correct. De gemeente moet haar dekkingsgraad op orde hebben en transparant zijn in de kosten. Een gemeente kan zeggen dat ze 10 fte inzet op vergunningverlening, maar dat is niet voldoende. Elke gemeente moet kunnen aantonen hoeveel uren ze heeft geraamd aan de genoemde beoordeling, toetsing en toezicht. Uren die ingezet worden voor handhaving en bezwaarafhandeling mogen bijvoorbeeld weer niet toegeschreven worden. Handhaving en bezwaarafhandeling in elke vorm dienen namelijk het algemeen belang. Als bezwaarmaker kun je vragen om inzicht in de totstandkoming van de kosten, zodat je ook weet dat jouw aandeel in de totale legesopbrengsten niet gebruikt wordt voor het oppompen van de inkomsten van de gemeente. Kan de gemeente dat inzicht niet geven, dan kan de rechter besluiten om alle bezwaren gebaseerd op die grond te honoreren en de legesaanslag te vernietigen. Dan ben je als bezwaarmaker vrijgesteld van leges.”

– Het lijkt me een behoorlijk gepuzzel om in beeld te krijgen of de dekkingsgraad wel in orde is.

“Dat valt heel erg mee. Als een klant overweegt een bezwaar in te dienen tegen zijn aanslag en hij benadert MinderLeges.nl, dan kunnen wij aan de hand van de openbare informatie van de gemeente – zoals de legesverordening en bijbehorende tarieventabel, de begroting en overige beleidsdocumenten – de omgevingsvergunning en de legesaanslag binnen een dag aangeven of een bezwaar kansrijk is op één van de 3 genoemde routes. Dit is onze kostenloze quickscan bouwleges.”

– Hoe verloopt zo’n bezwaarprocedure verder?

“Als de klant ons machtigt om een bezwaar in te dienen tegen zijn legesfactuur, dan nemen wij het verder van hem over. Dat betekent dat wij een bezwaar indienen en met de gemeente in overleg treden. Daarbij hanteren we een zachte aanpak, omdat onze klant ook in de toekomst nog verder moet met zijn gemeente en wellicht nog een keer een omgevingsvergunning wil aanvragen. Uiteindelijk is het gewoon een zakelijk verschil van inzicht tussen onze klant en de gemeente en dat moet je ook zakelijk kunnen afhandelen. Via een besloten portal van MinderLeges.nl houden we onze klant op de hoogte van ontwikkelingen en wisselen we informatie uit. Indien nodig bereiden we ook hoorzittingen voor en wonen we deze bij, eventueel samen met de klant.”

– Klinkt als een duur grapje
“Wij werken op basis van het ‘no cure, no pay’-beginsel. Met de genoemde quickscan kunnen we inschatten hoe kansrijk een bezwaartraject is. Bij het indienen van een bezwaar vragen we altijd om opschorting van de te betalen leges. Meestal gaat de gemeente daarin mee. Vervolgens staan we de klant bij tot een eventuele rechtszaak. Als een aanslag gehandhaafd blijft bij de rechter, dan hebben wij voor niks gewerkt. Vernietigt de rechter de aanslag of erkent de gemeente het bezwaar, dan is onze vergoeding een bepaald percentage van de vernietigde of aangepaste aanslag. Dat percentage is afhankelijk van de grootte van de aanslag, bijvoorbeeld 25 procent bij een aanslag van 10.000 euro.”

– Is een gang naar de rechter altijd noodzakelijk?
“Nee hoor, soms erkennen de gemeentes een bezwaar omdat ze weten dat ze bijvoorbeeld de dekkingsgraad of de indeling in de staffel niet kunnen verantwoorden. Dan is het makkelijker om een bezwaar te erkennen en de aanslag te vernietigen of aan te passen. Maar het kan ook zijn dat we naar hogere rechters moeten om ons gelijk te halen. Dat gaat echter altijd in overleg met de klant, want er moet wel een reële kans op een overwinning zijn. Wij willen de klant niet voor de gek houden.”

Tekst en beeld: Rob van Ginneken